Mini Blog’s homepage – Archief

Hoge golven

Tijdens mijn vakantie de Frans- en Spaans Baskische media bijgehouden. Opvallend hoeveel aandacht mijn collega’s nog altijd besteden aan de strijd tussen matador en stier.
Veel aandacht ook voor de hoge golven van de Atlantische Oceaan, waarin in enkele weken diverse badgasten bezweken. Baskische rouwadvertenties tonen de foto’s van de jonge slachtoffers. Veel mensen negeren nog altijd waarschuwingssignalen, zeggen de autoriteiten. ‘Onbegrijpelijk’, zegt een Franse toerist. ‘Je gaat toch niet naar het strand om te sterven.’

————–

Cowboylaarzen

Een discussie onder juristenvriendinnen. Onderwerp: kledingmores. ‘Cowboylaarzen onder een toga? Geen gezicht en respectloos naar de rechter’, zegt de één. ‘Nou ja, zeg! Het gaat toch om de inhoud!’, zegt de ander. ‘Die is dan vaak ook belabberd’, zegt de één. ‘Je laat je oordeel daar toch niet door beïnvloeden?’, zegt de ander. Ook leggings, vette haren en gaten in een trui komen aan bod. Uiteindelijk dan toch een compromis. Een gat in de panty kan niet, sandaaltjes bij een installatie van een rechter wel. En vooruit: dan maar cowboylaarzen onder de toga, maar dan wel netjes gepoetst!

————-

Buitenplaatsen

Voor een artikel kreeg ik een rondleiding in het prachtige Gunterstein, aan de Vecht. Hartelijk ontvangen door de ‘kasteeldame’. Met grote toewijzing en warmte vertelde zij over de geschiedenis van de buitenplaats, haar familie en de indrukwekkende restauratie.
Het vergt veel van eigenaren om een buitenplaats in stand te houden. Vele hebben grote financiële zorgen. Door terugtrekkende overheden, veranderde subsidieregelingen en wetswijzigingen.
Van de 6 å 7 duizend landgoederen en buitenplaatsen die tussen 1600 en 1900 werden opgericht, zijn er nog maar ongeveer 500 over. Unieke stukjes geschiedenis, die bewaard moeten blijven voor de toekomst.
Kijk voor meer informatie eens op www.buitenplaatsen2012.nl

Alimentatie

Ouders die gaan scheiden, moeten simpeler de hoogte van de kinderalimentatie kunnen bepalen. De PvdA en VVD schreven hiervoor een wetsvoorstel en stelden een rekenmethode op, die de complexe berekeningssystemen moeten vervangen waarvan rechters nu gebruik maken. “Een gemiste kans”, noemde Eerste Kamerlid (SP) en voormalig kinder- en familierechter Nanneke Quik-Schuijt het uitblijven van een eenvoudiger berekeningssysteem voor alimentatie, toen ik haar in 2009 interviewde. “Hoewel ik er jarenlang tegen was, zie ik nu in dat zo’n systeem tot een eerlijker verdeling leidt.” Dat blijkt ook uit onderzoek in andere landen, zei ze. Het berekenen is zelfs zo ingewikkeld geworden dat het ook de gemiddelde rechter boven zijn pet gaat. Nog beter zou het volgens haar zijn om deskundigen binnen rechtbanken aan te stellen of aan rechtbanken te verbinden.
Politici schrijven rechters niet snel voor wat ze moeten doen, zei Quik-Schuijt. De rechterlijke onafhankelijkheid noemde ze een heilig huisje. Met hun voorstel laten de PvdA en VVD in ieder geval zien dit niet te vrezen.
Voorstanders van maatwerk waren voorheen juist bang dat versimpeling leidt tot oneerlijke verdeling. Zo zei Reurt Gisolf, oud-president van de Alkmaarse en Amsterdamse rechtbank, in 2009: “Politici en belangengroeperingen zien vaak over het hoofd dat elke casus anders is. Wordt een systeem te grofmazig, dan worden onbillijkheden te groot. Eenvoudigere systemen kunnen rechtvaardiger lijken, maar zij zijn vaak onuitvoerbaar.”
Nu afwachten wat Staatssecretaris Teeven ervan vindt.

Opgelost

Tijdens het hardlopen zie ik schrikbarend veel afval in de berm van de Utrechtseweg in Hilversum, die prachtig bos doorkruist. Ik overweeg na het douchen terug te komen en een prikactie te starten, maar er ligt zo veel en het is zo groot en zwaar – bierkratten, kapotte vogelverschrikker, kleding, schoenen, flessen – dat ik besluit de gemeente Hilversum in te lichten.
Het is even zoeken op de site. Onder Leven en werken vind ik de subrubriek Openbare ruimte en milieu. Ik lees dat het hondenbeleid vruchten afwerpt en dat er een nieuw integraal handhavingsbeleid is vastgesteld. En niet alleen handhavingsbeleid, maar ook een uitvoeringsprogramma en naleefstrategie. Ik lees over Prioriteitenmatrixen, over nota’s en duurzaamheidbeleid in de startblokken. Dan zie ik waar en wanneer afvalcontainers geleegd worden. Maar wat te doen met afval dat geleegd is, in het bos?
Ik stuur een mail naar publiekszaken. Met succes, lijkt het, want na een week of 2 komt er een mail terug: Uw Melding met zaaknummer 3186 is opgelost. Een mooie samenwerking tussen oplettende burgers en lokale overheid, samen houden we de omgeving leefbaar, enz. enz., denk ik dan! Tot ik de rest lees.
‘Gebied valt niet onder beheer gemeente Hilversum. U kunt uw melding doorgeven aan de provincie. Algemeen telefoonnummer 023-5145108.’

Ook een manier van zaken oplossen.

Huisbezoek

Mijn jongste kind is uitgenodigd voor een bezoek aan de GG&GD. Voorafgaand is ons gevraagd een vragenlijst in te vullen. Was ze ouder geweest, dan was haar zelf om informatie gevraagd. Over eventueel drugsgebruik, bijvoorbeeld, en of ze seksueel actief is (geweest). Medewerking is vrijwillig.
Een sociologe heeft moeite met deze vragen, hoor ik op de radio. Wie leest de antwoorden, vraagt ze zich af. En wat gebeurt ermee? Een woordvoerder van de GG&GD legt het belang uit van deelname. Zo krijgt men helder in beeld waar iets mis dreigt te gaan. En belangrijke informatie die nodig is in verband met rijksvaccinaties. Alle verkregen info is anoniem, probeert hij haar gerust te stellen. Maar dat is ze niet. De vragen gaan haar veel te ver. Wat als ze aanvinkt dat ze niet mee wil werken? De woordvoerder klinkt nu geïrriteerd. ‘Daar wordt een aantekening van gemaakt’, zegt hij. De kans bestaat dat er dan een verpleegkundige op huisbezoek komt.
Ik ben verbijsterd. Dat de GG&GD goed werk doet, daar ben ik van overtuigd. En het belang van het helder in beeld hebben van eventuele probleemgevallen en vaccinaties is duidelijk. Maar dat dit ten koste gaat van de privacy van álle gezinnen is onaanvaardbaar. De verpleegkundigen die bij weigering langs de deuren zullen gaan, kunnen bovendien beter elders in de zorg ingezet worden!

Donner und Blitz

Buiten is het prachtig, kalm herfstweer. Maar in mijn hoofd spoken onstuimige gedachten als ik lees over de mogelijke benoeming van Piet Hein Donner tot vice-president van de Raad van State. Zeker sinds ik het artikel heb gelezen in het NRC van woensdag is het Donner und Blitz!

Eeuwenlang werd aangenomen dat de macht van de heerser – meestel keizer of koning – was gegrond op de wil van God. De denkbeelden van de Verlichting veranderden dit radicaal. Voortaan ontleende het landsbestuur zijn legitimiteit aan de wil van het volk.
We mogen er trots op zijn dat zo in onze contreien de aanzet werd gegeven tot onze moderne democratie. De belangrijkste peiler daarvan is misschien wel dat het volk de uitoefening van het bestuur mandateert aan burgers. Burgers die worden gekozen vanwege hun kennis en kunde; die hun sociale status danken aan hun capaciteiten en prestaties. Of zien we juist hier een democratisch defect?

Door achterkamertjesgedoe ontstaat een kaste van bestuurders die zelfgenoegzaam niet wil luisteren naar wat leeft onder hen van wie ze het mandaat kregen. Vooral dat laatste lijkt een voedingsbodem voor het moderne populisme. De meeste populistische standpunten in het debat van nu maken me droevig. De (dreigende) benoeming van Piet Hein Donner tot vice-president van de Raad van State ook. Deze miskent de noodzaak dat juist deze functie vrij moet zijn van patriarchale eigendunk en groepsbelang.

Dronken puber

Een doordeweekse nacht. Ik word wakker van een harde knal. Alsof er een fiets in elkaar wordt getrapt. 03.40. Ik tuur door mijn raam, maar zie niks. Of toch? In het schijnsel van de lantaarn zie ik een keurig meisje met lang blond haar, niet ouder dan 17. Wankelend staat ze naast haar fiets die op het asfalt ligt. Ze huilt en worstelt wanhopig met haar stuur. ‘Gaat het?’, roep ik. maar ze hoort me niet. Eindelijk heeft ze haar stalen ros los van de verkeersdrempel die ze kennelijk over het tollende hoofd had gezien. Bijna valt ze weer, maar dan rijdt ze zigzaggend en hevig snikkend de straat uit.

Hopelijk worden haar ouders wakker van het gestommel als ze thuis komt. Ik gun haar de confrontatie. Ik gun haar dat ze nog een hééle tijd, iedere keer als ze op stap gaat met haar vrienden (die haar kennelijk niet naar huis konden begeleiden), terugdenkt aan deze ellendige nacht.

Herfst

Een hardlooprondje in de vroege ochtend. De bladeren van de oude eiken in de laan kleuren voorzichtig oranje. Het bos geurt naar eucalyptus. Een dekbed van mist is uitgeschud over de heuvelige hei. Spinnen hebben iedere paarsroze struik zorgvuldig ingepakt met web. De zon geeft de pakketjes een extra feestelijk tintje. Een kudde Charolais koeien kauwt en herkauwt kalm en tevreden haar grasmenu. Op de kop van de hei, in de manege, draait een paard rondjes in de bak, alsof hij de natuurpracht persoonlijk aanzwengelt.

In de herfst van uw leven? Prachtig!

 

Lijk in de keuken

Grappig artikel in het NRC van een huiseigenares die haar optrekje ter beschikking stelde aan een filmcrew. Zij wel, dacht ik. Jarenlang woonde ik aan de Amsterdamse Prinsengracht, hoekje Reguliersgracht, in het leukste én ondiepste huisje van de stad. Zes etages had het pandje: badkamer in de kelder, keuken op de BG, eetkamer op de 1e, tv-kamer op de 2e, studeer op de 3e, slapen in de nok. Vanwege de afstand tussen het slaap- en baddergedeelte stond er – heel charmant – een chemisch toilet in de kast op de studeerkamer. Een wenteltrap ging van kamertje naar kamertje.

Op een dag lag er een brief op de mat van de redactie van Baantjer. Ze zocht geschikte locaties in de buurt voor een filmopname. Ik meldde me direct. Trots als ik was op mijn prachtige pandje wilde ik er graag mee op tv. De locatiescout wilde eerst meer informatie. Hoe groot is het huis? “Iedere kamer is ongeveer 3 bij 3.” Stilte aan de andere kant van de lijn. “Dan kijken we even verder, mevrouw. Bij u past niet eens een lijk in de keuken.”

Laffe kaart

Het zou een rustige dag worden in de Efteling, voorspelde de website van het pretpark. Onaangenaam verrast was ik – geen pretparkfan- toen bijna heel Brabant en een groot deel van de rest van het land in het park bleek te zijn. Gauw nog even voor het eind van de maand de via Albert Heijn verkregen kaartjes opmaken, moet iedereen gedacht hebben. Een uur in de rij voor een enkele tellen durende tocht in de Vliegende Hollander, 50 minuten voor de Python, en zelfs voor een bootjestocht in de draaimolen is het ruim een half uur wachten. Voor de wc is iets meer geduld nodig.
Rond lunchtijd is het dringen bij de snackmuur. Ervoor en erna schuifelen, rennen, rollatoren en scootmobielen duizenden Unox-worsten wegwerkende, frikandel verorberende, ijs en suikerspinnen snoepende, patatvretende Hollanders van attractie naar attractie.
Beste directies van alle Hollandse pretparken: wanneer durven jullie een eind te maken aan die laffe menukaart? Hebt u moeite met het verzinnen van alternatieven? Rijd dan eens richting het Zuiden en sla net over de Italiaanse grens bij de eerste de beste afslag af en rijd een willekeurig dorp in. Op de kaart keuze uit smakelijke salades, vers gedraaide spaghetti, overheerlijke gevulde ravioli, voortreffelijke tapa’s, mooie groente, en, voor wie nog trek heeft, heerlijk ijs of een ander met liefde geprepareerd dessert.
Een meer fantasievolle menukaart zal heus geen bezoekers afschrikken. En gebeurt dit wel, dan maakt ook dat een bezoek aan uw pretpark alleen maar aangenamer!

Frank Turner

Energiek en vrolijk concert in De Melkweg van punkband Frank Turner & The sleeping souls. The folk singer songwriter en voormalig zanger van de hardcore punkband Million Dead en zijn bandleden hebben er zichtbaar veel lol in. Hun optimistische folk/punk levensliedjes worden in een uitverkochte intieme Oude Zaal enthousiast ontvangen. Fans gaan gestrekt over de hoofden van het publiek de lucht in. Een enkeling zingt elk lied hartstochtelijk mee. Bij Sons of Liberty gaat iedereen los.

“Better times are coming, better times are ahead”, zingt Turner blij. Daarvan is niet iedereen overtuigd. Naast mij aan de bar maakt een man van vier koppen groter met zijn schuifdeurbrede torso ruimte om een bier te bestellen. Zijn met rossige sik behangen gezicht kijkt nors. Met zijn bier in zijn zwart getatoeëerde knuist draait hij zich om. Achter op zijn zwarte pet staat Sick of it all.

ICT-fiasco

Opnieuw is een ict-project van de overheid grandioos mislukt. De waterschappen moeten rekening houden met een schadepost van 25 miljoen euro, schrijft de Volkskrant.
De problemen met eerdere grote ICT-projecten bij de overheid waren twee jaar geleden de aanleiding voor de aanstelling van Chief Information Officers binnen de verschillende ministeries. In 2008 formuleerde een eerder kabinet daarnaast voorwaarden waaraan grote ict-projecten moeten voldoen. Zo moeten bij projecten van meer dan 20 miljoen euro risico’s, kosten en mijlpalen in kaart worden gebracht.

De vraag rijst (opnieuw) of deze regels afdoende zijn om het mislukken van omvangrijke
automatiseringsproblemen binnen de overheid te voorkomen. De grens van 20 miljoen is veel te hoog en bovendien willekeurig getrokken, waarschuwden deskundigen al. Opnieuw lijkt de moeder der problemen – de projectomvang –, of in ieder geval de complexiteit van het systeem, ervoor te hebben gezorgd dat een project niet naar wens is verlopen. Experts adviseren de overheid al jaren om te kijken hoe de private sector automatiseringsprojecten aanpakt. Opsplitsing in kleine deelprojecten is daar aan de orde van de dag; portfolio review boards houden vaak de teugels strak in handen.

In de VS duurde het jaren voordat de regering besefte dat een wettelijk verbod van zogeheten Grand Design projecten niet langer uit kon blijven. Ook daar betaalde de maatschappij eerst tientallen miljarden dollars voor fiasco’s. Maar wetgeving kwam er wel, in 1996.
Hoeveel peperdure projecten zouden er in Nederland nog moeten sneuvelen voordat de wetgever ook hier overgaat tot adequate regelgeving?

Betrokken ouders

Eens in de zoveel tijd lees je in de krant een brandbrief van een docent. Of ouders zich alsjeblieft niet zoveel met school willen bemoeien. De energie die dat de leerkracht kost kan beter besteed worden aan onderwijs. Zie ik soms hoe veeleisend ouders zich opstellen, dan kan ik me bij deze smeekbedes veel voorstellen.

Minister Van Bijsterveldt daarentegen pleit juist voor meer betrokkenheid van ouders bij het onderwijs. Ouders moeten hun prioriteiten leggen bij de opvoeding en de overdracht van normen en waarden.
Deze oproep had ik eerlijk gezegd even gemist. Tussen enkele deadlines van mijn werk door was ik druk met het afbakken van de pepernoten die mijn oudste in de klas had gekneed. Onderweg werd ik opgehouden door een luizenmoeder die mij keurig verslag deed van de stand van het hoofd van mijn jongste kind. Dit werd in een stoet van rijdende ouders veilig op de stoep van de school gedropt, na een bezoek aan het Sinterklaashuis een stad verderop. Intussen moest ik nog in het schema van de klassenouders invoegen wanneer ik pc-les kan draaien komend jaar. Mijn man zal de sportdag wel weer voor zijn rekening nemen.

Mevrouw Van Bijsterveldt, wilt u alstublieft kijken naar Wat leeft in Nederland?, de aflevering van zaterdag 3 december? De opnames van Peter Heerschop en zijn team zijn gemaakt in de klas van mijn dochter. Ik kan u zeggen: het geduld van de leerlingen is méér dan op proef gesteld, maar het deed ze niks. Met hun normen en waarden zit het méér dan goed.

PS Ik ben de moeder in de zwarte jas buiten voor het raam.

Waddengoud

Het boek Waddengoud, dat mijn 9-jarige dochter en ik met vormgeefster Monique Hegeman hebben gemaakt, is af! Het is een theaterlezenboek voor kinderen van 8-10 jaar. Zij kunnen het lezen met een vriendje, vriendinnetje, klasgenoot, vader, moeder, opa, oma, eigenlijk met wie ze maar willen. Onderling kunnen ze de verschillende rollen verdelen. Een interactief boek, met een stukje Nederlandse geschiedenis en leuke weetjes over Texel. Maar vooral ook een vrolijk lees-, blader en doeboek!

Kijk snel onder de rubriek Waddengoud voor meer info!

Waddengoud

Leuk artikel over Waddengoud, uitgegeven door Meester in de Taal, van journalist Joop Rommets, in de Texelse Courant van dinsdag 21 februari jl.!

Waddengoud

Waddengoud is nu ook opgenomen in de digitale catalogus van NBD Biblion!

Presentatie

Mijn eerste presentatie was op de middelbare school. Over de Biesbosch. Met wat knipsels en een tekstje. Pas jaren later – tijdens mijn studie – volgde de tweede. Voor een bomvolle zaal Spanjaarden in Maastricht zweette ik peentjes; ik had krap 5 lessen Spaans van een Nederlandstalige achter de rug. Hoe het ging? Geen idee. Geblokt, denk ik. Wel weet ik dat improviseren niet mijn ding is. Laat mij m’n verhaal maar goed voorbereiden. Oeverloos herhalen voor de spiegel. Dan is presenteren leuk. Als het lekker gaat. Maar doe je het een tijdje niet, dan kan het weer flink wennen zijn voor zo’n zaal met starende blikken.
Deze week had mijn dochter van 9 haar 2e presentatie. Het moest gaan over iets wat haar dierbaar is. Opa dus. “Geen cavia’s of konijnen de klas in”, had juffie gezegd. Dochter aarzelde even. “Zou dit ook voor opa’s gelden?” Hij kwam toch, speciaal overgevaren uit Texel. Het werd een prachtige coproductie. Dochter startte via het Digibord met Annie M.G.’s liedje M’n opa. Vanaf haar krukje babbelde ze rustig over haar 72-jarige familielid dat van binnen 25 is. Toen gaf ze hem het woord over zijn vissersbootje, en even later – “hou het kort, opa” – over toen hij een 9-jarige basisscholier was. Ter illustratie liet ze een foto rondgaan van een klas uit 1945. Na afloop kregen klasgenoten ruimschoots de gelegenheid om vragen te stellen, waarvan ze gretig gebruik maakten. Van hen kreeg ze tot slot tips & tops, waarna juffie door de klas werd geadviseerd over de beoordeling. Tevreden met haar score nam dochter met een knuffel afscheid van opa.
Speechwriters/presentatoren: toe aan vakantie of iets nieuws? De jeugd van nu kan zo aan de slag. Zonder proeftijd en met een vast contract.

Schrijversleed
Terwijl ons Waddengoud-uitgeefavontuur nog in volle gang is en we nagenieten van de mooie bestelling die NBD Biblion onlangs deed, kreeg ik van een familielid het heerlijke humoristisch-melancholische boekje “Waarom ligt mijn boek niet naast de kassa?”, van Peter van Straaten cadeau.
Inmiddels een beetje thuis in de boekenwereld, bevat deze bundel spotprenten veel herkenbaars. Zoals de wanhopige vrouw die zich op haar bed stort, terwijl haar in pak gestoken man zich over haar heen buigt en zegt: “Hé toe nou, Annemie! Het zijn toch maar vijf hele kleine zetfoutjes?” Of de uitgever, met zijn arm vriendschappelijk om de schouder van de schrijver: “Waarom zou een uitgever alle risico’s moeten dragen? Als jij nou zelf eens een duizendje of wat van je boek afnam?” En de jonge vrouw, die bij een kop koffie haar gesprekspartner de vraag voorlegt: “Wat vind jij? Moet ik aan die roman beginnen of zal ik een kind nemen en gewoon korte verhalen blijven schrijven?” En deze dan: twee mannen op de stoep bij de slager, waarbij de één klaagt: “Ik begrijp het niet. Jij vond het een mooi boek, Els vond het een mooi boek, m’n uitgever vond het een mooi boek…. Waarom verkoopt het dan niet?”
Met zijn treffende tekeningen en onderschriften laat Van Straaten zien dat de weg naar literaire roem allesbehalve over rozen gaat. Van writer’s block en jaloezie tot manipulerende uitgevers en onbegrip van familie en kennissen. Met tot slot de sombere schrijver die in het holst van de nacht tegen zijn slapende partner zegt: “Gerda …. ze hebben me verramsjt.”
Een aanrader voor iedere schrijver die het even niet meer ziet….. en denkt daarin alleen te staan.

Papiria en de Inktvraat

Na een interview in het Paleis van Justitie passeer ik de Koninklijke Bibliotheek met daarin het Kinderboekenmuseum. Ik aarzel geen moment. Met een rubberen slufter om mijn pols en op mijn gezicht een grote glimlach dool ik in mijn dooie piere eentje rond. Het voelt als een verrassingsfeestje voor mij alleen. Alsof Winne speciaal voor mij Roodkapje rapt en alle fragmenten voor mij op de muren zijn geschreven… In het prachtige, van boeken gebouwde theater krijg ik te horen hoe ik Papiria kan redden uit de klauwen van de Inktvraat. Ik moet nieuwe verhalen maken! Snel ontwerp ik mijn eigen verhaalfiguur. In drie microfoons spreek ik steeds weer ‘gekke verhalen’ in, die een mannenstem zo hard voorleest dat alle bezoekers die kunnen horen – als ze er waren geweest. Ik ontmoet schrijvers, tekenaars en verhaalfiguren. Geheel anoniem kan ik het Date Café induiken. Aan de hand van 5 vragen word ik gekoppeld aan …. whizz-kid Joost uit De Bende van de Korenwolf. Ik vergaar steeds meer items voor mijn personage en trek na afloop trots mijn zelf ontworpen Papiria-pas uit de automaat.

Maar…. hoe kan het dat het zo stilletjes is in dit heerlijke museum? De Inktvraat is nog niet verslagen toch? Ik roep iedereen dan ook op: faire couler beaucoup d’encre: oftewel: veel inkt doen vloeien! Blijf verhalen maken!

Recensie in j/m

Mooie recensie van ons kinderboek ‘Waddengoud’ in opvoedblad j/m voor ouders (nr. 6, juni 2012), pagina 54. Blij mee!

 

Tonijn
‘Ik schijn geen tonijn meer te mogen eten omdat hij dan uitsterft. Dus als hij uitsterft, eet ik hem niet, maar als ik nu geen tonijn meer eet, dan eet ik hem ook niet! Dus ik denk: krijg het heen en weer, ik eet tonijn en ik denk op is op!’
Aan deze sketch van cabaratier Eric van Sauers moest ik denken toen ik pas in Conil was aan de Zuid-Spaanse Costa de la Luz. Een wit vissersstadje waarvan de viscultuur terug gaat naar de tijd van de Feniciërs, die toen de eerste installaties van gezouten vis bouwden en verkochten. Een viscultuur die nog steeds voortleeft. En dat was te merken. Het traditionele Ruta del Atún begon net. Een 16-dagen durend (vr)eetfestijn, waar het Maastrichtse Preuvenemint iel bij afsteekt.
Een enorme tonijn met felgele vinnen werd het plein opgereden in een heftruck. Onder het oog van journalisten, fotografen en tapas etend publiek werd hij aan stukken gesneden op een podium. Het roze vlees – door het myoglobine in zijn spieren – schittert in de zon. Deze rode spieren geven de tonijn een groot uithoudingsvermogen, maar deze dag kennelijk niet genoeg om uit de netten van de vissers te blijven.
Alle geelvinbestanden lopen terug en worden in toenemende mate overbevist, google ik snel op Wikipedia. Ik vind tonijn overheerlijk, maar bestel die middag toch liever een salade met melva. Ook zeer smakelijk! Thuis zoek ik op in het woordenboek wat voor vis dit eigenlijk is: kogeltonijn.

Theepotjes
Mijn dochter (10) moet een nieuwsbericht bespreken in de klas. Ik denk met haar mee over een onderwerp. Olie in de oceaan, Olympische Spelen, piraten, bedreigde dieren, sport, of misschien, heel voorzichtig, Syrië? Haar oog valt op een berichtje dat ik uitscheurde voor in mijn eigen knipselmap. “Man plast theepotjes vol in Haagse winkels.” Dit lijkt haar wel wat. Wil ze het niet wat grootser aanpakken, vraag ik. Maar dan denk ik aan wat ik Joris van Casteren eens hoorde vertellen. Inspiratie voor zijn prachtige bundel “Requiem voor een pitbull” haalde hij onder andere uit juist die miniberichten die hem verbaasden, intrigeerden. En ja… eerlijk gezegd kan ook ik niet wachten om van zijn hand dit nieuwe verhaal te lezen: De theekannenplasser.

Bezinning
Behoefte om tijdens de vakantie het hoofd goed te legen? Google op “hoofd leegmaken” en vele tips & trucs, ja zelfs heuse cursussen hoe je dat het best kunt doen worden aangereikt.
Voor wie ook toe is aan bezinning is er het prachtige boekje van de Franse filosoof en godsdiensthistoricus Frédéric Lenoir “Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed” (Uitgeverij Van Halewyck), dat oorspronkelijk verscheen onder de fraaiere titel “Petit traité de vie intérieure”. Een interview met Lenoir in het NRC (19 juni 2012) sprak me zo aan dat ik zijn boek direct bestelde.
Het is een handleiding met wijze lessen van grote denkers als Confucius, Socrates en Schopenhauer, maar ook met suggesties voor wie worstelt met vragen over het goede en het schone. Zoals het advies van Epictetus in het oude Griekenland om niet te gaan slapen voordat men zich de essentiële vragen heeft gesteld: “Heb ik iets veronachtzaamd wat bijdraagt aan het geluk en dat de goden behaagt? Heb ik iets tegen de vriendschap, de samenleving of de rechtvaardigheid begaan? Heb ik nagelaten iets te doen wat een goed mens moet doen?”
Alleen de eerste zin is al zo fraai gekozen dat ik zeker weet dat Lenoirs boek nog vaak in de koffer mee zal gaan: “Geluk is blijven verlangen naar wat je al hebt” (Aurelius Augustinus).

Trots en blij: het kinderboek Waddengoud (theaterlezen) dat Meester in de Taal in eigen beheer uit heeft gegeven is binnen 6 maanden uitverkocht en toe aan een 2e druk! Het boek is inmiddels te leen in ruim 100 bibliotheken, o.a. te koop in verschillende musea en boekenzaken en opgenomen in het aanbod van Uitgeverij De Inktvis (Dordrecht).

Verbinden

Het was een geslaagde middag, 6 september, waarop het boek “Interculturele jeugd en opvoedhulp” van Harold Sarneel werd gepresenteerd. Een cultureel venster op de hulpverlening aan migrantenjongeren en hun gezinnen. In een zaal van de Islamitische Universiteit in Rotterdam – prachtig verzorgd met overheerlijke lekkernijen en fraaie muziek, waar enkele allervriendelijkste gastvrouwen sprekers en gasten assisteerden – nam  hoogleraar Migratie- en integratiestudies  Han Entzinger het boek in ontvangst. Een passende plek, nu centraal in het boek staat: het verbinden van mensen en culturen. Een mooi verhaal van antropoloog Cor Hoffer over wat cultuur inhoudt, waarbij hij nog maar eens onderstreepte dat ‘de’ Nederlander niet bestaat en hoe belangrijk zelfreflectie is.  Met zware woorden als ‘ontwrichting’, ‘trauma’, ‘onthechting’ en ‘depressiviteit’, maar ook met humor en zelfspot maakte Murat Can, die net als Hoffer als gastauteur een bijdrage leverde aan het boek, duidelijk wat migratie met iemand doet. Hij heeft het niet makkelijk gehad na zijn vertrek uit Turkije, vertelde hij, en wat hij in Nederland bereikt heeft is hem geenszins aan komen waaien. Maar ondanks de vele tegenslagen concludeert hij toch dat Nederland nog steeds koploper is als het gaat om multiculturaliteit en interculturaliteit. Maar het kan natuurlijk beter. Zo blijkt ook uit zijn slotwoorden. Zelfs na 25 jaar in Nederland te hebben gewoond wenst hij het niemand toe om migrant te zijn, of om zich migrant te voelen of als migrant te worden gezien. Hij wijst op het belang van die buurvrouw, die buurtwerker, die directe omgeving die als een mentor de migrant een beetje wegwijs maakt in de Nederlandse samenleving. Wat dat kan helpen. Want, zei hij, in al die jaren dat hij hier woonde deed de Nederlander heel veel vóor mij maar niets mét mij. Verbinden dus……

Vuilnisman
De vuilniswagen loeit voor de deur. Terwijl zijn collega de leeg gekieperde grijze bakken met een grove armzwaai terug schuift naar de stoep, knielt hij in zijn blauw-oranje broek op het asfalt. Zijn grote witte handschoen aait voorzichtig over de grond. Op zoek naar glas? Een lens verloren? Met zijn handen maakt hij een kooitje voor een sprinkhaan. Als deze ontsnapt schiet zijn collega te hulp. Die zet het diertje voorzichtig in het plukje gras tussen twee parkeervakken. Dan raast de vuilniswagen verder.

Dierenarts
Vanuit een met pandaberen en neushoorns beplakte zolder bedacht ik als basisscholier acties om dieren te redden. Ik haalde bevroren kikkers uit het ijs. Met dansjes voor de buurt en de verkoop van speelgoed zamelde ik geld in voor Greenpeace in hun strijd tegen de zeehondenjacht. Met mijn beste vriendinnetje schreef ik droevige songteksten als “What have we done to the seals?” Dierenarts worden was dan ook een logische stap. Maar als absolute alpha zat diergeneeskunde er niet in. Jurist werd ik, en later journalist. Kom ik nu bij de dierenarts – voor konijn Japie, Karel of Maartje, of cavia’s Gijs en Koos – dan voel ik geen spijt. Ook pas niet, toen dochter dacht dat Gijs mijt had. Hij piepte zo anders. En die gekke plek op zijn billen…. Een piepjonge dierenarts, die weggelopen leek uit een jaren ’50 musical, knipte een klit uit de vacht en twee minuten later stond ik bij de kassa. 36 euro graag. “Heerlijk hè”, zei de assistente, “dat je weet dat Gijs helemaal gezond is!” Ach, probeerde ik te denken, voor het laten inslapen van konijn Kees moest ik meer dan het dubbele betalen. Spijt van mijn keuze voor de journalistiek heb ik nooit gehad: ik ben een tevreden schrijver. Maar zou ik kunnen factureren zoals mijn dierenarts, dan zou ik misschien nóg blijer zijn!

Pecha Kucha
Woensdag 21 november is het PechaKucha Night in Hilversum. Pecha Kucha – Japans voor ‘geroezemoes’ – is een wereldwijd fenomeen dat tot nu toe alleen nog in enkele grote steden in Nederland georganiseerd werd. Een platform voor creatievelingen; van ontwerpers, architecten, kunstenaars en wetenschappers tot dromers, politici, critici, studenten, om hun idee te presenteren in een format van 20 plaatjes die ieder 20 seconden blijven staan. Een plek om werk, mode, kunst, ontwerp, project of idee te presenteren en anderen te inspireren. Petcha Kucha Night in Hilversum is een initiatief van MOOST. Deze architectuurwerkplaats wil met dit levende podium creatieve netwerken met elkaar te verbinden. Vorig jaar was het ‘geroezemoes’ een groot succes. Hopelijk dit keer weer! Komt allen!

Van ruilen komt geen huilen

Pas vertelde een vriendin dat haar buurman haar grasmaaier wilde lenen. Ze drukte hem op het hart zelf geen nieuwe aan te schaffen: hij mocht die van haar uit de schuur halen wanneer hij maar wilde. Zo’n ding kan toch prima gedeeld worden? Dezelfde week ragde de man met een gloednieuwe machine door zijn tuin.

Er valt zoveel meer te ruilen en te lenen. Al dat nieuws dat er alleen al op onze basisschool steeds weer wordt gekocht! Nieuwe fietsen, nieuwe sportspullen, nieuwe kleding. Ruilacties op sportclubs en scholen zijn er, in ieder geval bij ons in de buurt, veel te weinig. Hoog tijd om dat te veranderen. Goed om te horen dat het Local Exchange Trading System in Nederland steeds beter werkt. Diensten en producten worden geruild of kunnen met alternatief geld worden afgerekend. In Amerika blijkt er zelfs ‘zorgruil’ te zijn. Je vraagt je oude buurvrouw op de koffie, zij wacht op de monteur van xs4all die belooft om eindelijk de internetstoring op te lossen. Het Amerikaanse idee klinkt beter dan wat de Chinezen hebben bedacht: een wet die bepaalt dat Chinese volwassenen hun ouders vaker moeten bezoeken. Ouders die vinden dat ze verwaarloosd worden kunnen naar de rechter. Je moet er niet aan denken aan wat voor schrijnende toestanden dat op zal leveren. Maar een boete voor de buurman met de grasmaaier is misschien te overwegen….

Blub

Blub, onze goudvis, is een fitte vis van 5 jaar. Volgens mijn kinderen een gereïncarneerde profvoetballer, vanwege zijn prestaties met de knikker in zijn kom. Met de tijd is hij wel grijzer geworden. Volgens de eigenaar van de dierenwinkel komt dit niet door ouderdom, maar door een gebrek aan zonlicht. Sinds kort staat Blub daarom op de vensterbank. Andere dieren hebben wel ouderdomsverschijnselen, blijkt als ik vanuit mijn werkkamer een enorme doffe bonk hoor. Een inbreker die het raam intikt? Het blijkt een reiger die tegen de ruit is aangevlogen. Vanaf de plek waar Blub voor het raam staat klapwiekt de grote vogel geschrokken weg. Een flinke bloedvlek achterlatend op het raam. Het dier zal een arts nodig hebben. En een bril.

Kijk in de APP STORE voor de Waddengoud theaterlezen app!

De Waddengoud theaterlezen app is gebaseerd op het theaterlezen boek Waddengoud en is te downloaden op je iPad. Met deze app kun je in je eentje lezen en toch samen! Je hebt allerlei keuzes. Je kunt kiezen voor voorlezen, maar je kunt ook meelezen. Je kunt ook je eigen rol lezen en de rest laten voorlezen. En je kunt alles natuurlijk ‘gewoon’ lezen, zonder hardop te spreken. Zowel met de app als het boek kun je thuis, op school of waar je maar wilt je eigen theatervoorstelling maken. Je zult zien hoe goed én leuk het gaat! Kijk in de App Store op Waddengoud voor meer informatie!

Veel lees- en toneelplezier!!!

Groene gevangenis
In de directe omgeving van Veenhuizen is veel biomassa beschikbaar uit het beheer van natuur en landschap. Het Rijk wil deze biomassa gaan gebruiken om (een deel van) van de gevangenis te verwarmen. Zo krijgt de gevangenis in Veenhuizen een duurzamere energievoorziening in combinatie met een beter beheer van natuur en landschap in de omgeving van Veenhuizen.
Klinkt goed. Maar hoe zit het verder in Nederland met ‘groene gevangenissen’? In Amerika brengt GreenPrisons partijen bij elkaar om kennis en ervaringen te delen over hun ‘groene projecten’. Op de website Greenprisons.org lees je over gerealiseerde projecten. Zo startte de gevangenis in Nicholasville, om de kosten van het gevangeniseten te verlagen, een eigen moestuin. Op donderdagen buigen gedetineerden zich over de door hun gekweekte bonen en uien, die zij binnenkort hopen te oogsten. In de Oregon gevangenis heeft de nonprofit Lettuce Grow (www.Lettucegrow.org) de laatste 4 jaar geholpen bij het creëren en verbeteren van moestuinen. Er wordt vers voedsel aan lokale voedselbanken gedoneerd. Zowel gedetineerden, staf als vrijwilligers wordt kennis bijgebracht over de natuur en er kan de Oregon Master Gardener opleiding gevolgd worden. Gedetineerden van andere gevangenissen planten bomen en houden parken, begraafplaatsen en recreatiegebieden schoon of bouwen hokken waarin oesters worden gevangen. Projecten waarbij gedetineerden zich inzetten voor de samenleving, die tegelijkertijd helpen bij de rehabilitatie. Gedetineerden worden vaardigheden en kennis bijgebracht die ze na hun vrijlating kunnen gebruiken bij het vinden van werk. “We know you can invest in the environment without investing money and we know you can save money and train inmates by thinking and working in an environmentally sensitive way”, aldus de website van Greenprisons. “In fact, the greening of prisons is not only good for the environment, it can also be a good for the economy and a healthy aspect of the rehabilitation process”, aldus Mother Nature Network (mmm.com).
Op naar een moestuin in de Bijlmer bajes?

Dierenwinkel

Als kool schieten ze uit de grond: online dierenwinkels. En wat een assortiment hebben ze! Waar de honden die ik vroeger had alleen brokken en blikvoer kregen, en eens per week stinkende pens, is er nu keuze uit kauw-, trainings- en verwensnacks – met kip, rund, parmaham, lam of schapenvet met knoflook, ja zelfs met sushi en glutenvrij. Maar misschien prefereert je hond cheesy bites en chicken wings? Er zijn speeltjes te koop waar kinderen jaloers op zouden worden, en vele soorten relaxkussens, en ook een eetbak kiezen is geen sinecure: wordt het anti-schrok of anti-slip, met schroefbevestiging of borstel, design of keramiek?

Zelf fiets ik voor dierbenodigdheden nog naar de dierenwinkel verderop. Die werd deze week verbouwd. De snoezige konijntjes bleken verdwenen. Ook de hamsters, cavia’s en vogels zijn de deur uit gedaan. ‘Steeds minder vraag naar’, zegt de eigenaar. ‘Bij wie zie je nog een vogel in een kooitje? Steeds meer klanten vinden het ook zielig, die kleine hokken. Tja, er is zelfs een partij voor in Den Haag, hè?’ Particulieren brachten bijna geen nestjes meer, en daar moest de dierenspeciaalzaak het van hebben. ‘Dan blijft de handel over, en dat wil je echt niet, geloof me. Ach ja, we moeten met de markt mee.’

En die markt, die is er. Al is het aantal dieren per huishouden wat gedaald: met 2,9 miljoen katten, 1,5 miljoen honden, 2 miljoen zang- en siervogels en 6,6 miljoen aquariumvissen gaat er wekelijks heel wat dierenspul over de toonbank. Per jaar wordt er in Nederland 2,1 miljard aan gezelschapsdieren besteed: een economische factor van betekenis dus.

Ben benieuwd of al die baasjes ook steeds weer schrikken als ze hun zakkie korrels, hooi of stro afrekenen.

Kaasboer
Zeven jaar lang kwam ik bijna elke week bij mijn kaasboer. Ineens was hij weg. 67 jaar, met nog volop lol in zijn werk, hersenbloeding, en pats boem weg. Een grote sterke vent met witgrijs haar en een rode neus. Van wie we zijn uitdrukkingen en grappen thuis graag imiteerden. Voor zijn producten reed hij van hot naar her; kazen hier, wijnen daar, eitjes hier, roggebrood daar.
Bij een van mijn eerste bezoeken nieste hij over mijn pond Boerenbelegen “lekker pittig”. Diezelfde avond kreeg ik griep, zo hevig dat ik ijlend een gat in mijn hoofd viel op de badkamervloer. Ik wilde zijn kazen niet meer. Weer koortsvrij leek het me aannemelijker dat de snotterende en hoestende medecursist van ehbo voor kinderen, na wie ik mond-op-mond-beademing moest geven aan een plastic pop, de boosdoener was. Mijn kaasboer ging vrijuit en sindsdien ben ik een trouwe klant. Maar kennen deed ik hem niet: was hij getrouwd? Wilde hij nog lang blijven werken? Had hij naast zijn winkel hobbies? Was hij gelukkig? Maar kaas kopen bij zijn concullega verderop voelde als vreemdgaan. Hoe moeten die klanten die al decennia bij hem aanwaaiden zich dan wel niet voelen? Geen nieuwe wijn meer proeven in de winkel, geen oudjaar meer met jenevertjes achterin de zaak. Wat doen die nu? Geen kaas meer eten? Voortaan naar de markt? Een kaasman aan huis?
De lamellen van de winkel zijn dicht. Op de deur wappert een boze brief. Welke asociale het in zijn hoofd heeft gehaald om de bloemen voor de overleden kaasboer weg te halen?

Otto van Eck
“Wat doen jullie die kinderen aan?”, zuchten vooral niet-generatiegenoten als ze over de drukke agenda’s van de jeugd van nu horen. “Vroeger speelden we gewoon hele dagen buiten.” Decennia geleden was dat ook vast zo. Maar hoe ging dat nog langer geleden?
Neem Otto van Eck, het zoontje van Lambert van Eck, een hoge rechterlijke en bestuurlijke functionaris in de 18e eeuw. Otto was een drukbezet ventje, blijkt uit zijn dagboeken. Zijn dagelijkse activiteiten bestonden o.a. uit lezen, brieven schrijven, klavierspel, dans- en rekenles, netten knopen, dozen plakken, papierknippen, bordspelen, het drukken van geschriften op een hand-drukkerijtje. Buiten hield hij zich bezig met tollen, vissen, kievitseieren zoeken, bomen snoeien, ijszeilen, slootjespringen, schuitjevaren, vuurwerk afsteken, rijden met de geitenwagen, paardrijden, vogeltjes vangen op de vinkenbaan, badminton en timmeren; hele vogel- en konijnenhokken tikte hij in elkaar. Ook had hij een eigen moestuin. Hij bezocht boerderijen, fabrieken en werkplaatsen en ging vaak langs bij familie.
Anders dan nu waren het vooral de knechten en koetsiers die Otto van A naar Beter brachten. Eén knecht, Antonie, bleef niet lang. “Toen wij bij een gracht waren, zette hij mij zeer sterk aan om er eens op te gaan, doch in weerwil van al die aanmaningen wilde ik het niet doen, omdat ik het mama beloofd had.” Exit Antonie.
Toen ik pas op een woensdagmiddag – kind achterop, school-, boodschappen- en fysiotherapietas, gitaar, tennisspul en biebboeken voorop – de stad rond croste, moest ik aan deze knecht denken. Zou de logistieke rompslomp hem teveel zijn geworden, zodat hij maar één uitweg zag: het kind lozen? Hijgend en zwetend maar vol goede moed trapte ik verder.
Eenmaal weer thuis werd er op straat gevoetbald, in de tuin gewroet en touwtje gesprongen, er werden drollen van pindakaas en bloem gedraaid die in de buurt door de brievenbussen moesten. Ondanks drukke agenda’s spelen mijn kinderen net als Otto gelukkig nog volop buiten.
Bron: “Een kinderwereld in de Bataafse tijd”, Arianne Baggerman en Rudolf Dekker in “Geschiedenis van het privéleven” (Pieter Stokvis (red)

Verwoest
Op weg naar zijn hardlooprondje met twee vrienden rijdt mijn partner richting De Bilt. Terwijl hij kalm een rotonde afrijdt racet er met enorme vaart een grijze Golf hem tegemoet. De voorruit helemaal aan diggelen. Helder kon hij de gezichten van de inzittenden niet zien, zo snel was de auto voorbij. Toch viel het hem op: de paniek, de dwaze angst van de jonge bestuurder. “What de f….is DIT!?”, dacht mijn partner. Thuis leest hij het nieuws over de 76-jarige man die iets verder in De Bilt is doodgereden. De verdachten reden door, maar zijn later aangehouden. Beiden minderjarig.
Een avondje joyriden, uit de hand gelopen kattenkwaad? Bijna op voor het rijbewijs en nog even stiekem oefenen? Hun illegale handelen betekende het einde voor een 76-jarige man, voormalig opticien en wethouder, nog midden in het leven, net terug van een vergadering.
Een actie van luttele seconden; vele levens verwoest. Van Jan van Eijken, zijn vrouw die alleen achterblijft, zijn familie. Van de jongens, hun ouders en familie. Zo maar, op een doordeweekse woensdagavond. Als een ander zijn hardloopronde begint.

Archief
Groep 7 gaat naar het streekarchief. “Hoe het was?” Stilte. “Goed.” “Wat het leukste was?” Een langere stilte. “De rondleiding, denk ik. Een mevrouw liet een heeeeele oude brief zien. Verder was het best saai.”
Dezelfde week ben ik zelf voor research in een dorpsarchief. De deuren gaan om 10 uur open. In het archiefzaaltje heerst een serene rust . Ik installeer me aan de grote, lege tafel en wil beginnen met het doorbladeren van enkele boeken, als een goed gevulde oude dame op de stoel naast me gaat zitten. Ze vraagt wat ik in het archief kom doen. Na mijn antwoord graait ze wat in enkele mappen. Tegen de man aan de andere kant van de zaal kwettert ze over de dossiers die niet deugen. Al gauw komen er meer mensen binnen. Nieuwsgierig informeren ook zij waarom ik hier ben. Om mij heen zijn inmiddels 10 mensen aan de tafel aangeschoven. Net als de oude dame blijken ze allen vrijwilliger bij het archief. Een zieke echtgenote, de ‘maffia’ in het ziekenhuis, de verloedering in de sociale woningbouw – “die jongeren verzorgen hun tuintjes niet goed” -, de politie die niet zomaar mag schieten op gespuis: het wordt allemaal uitvoerig besproken. De jongste medewerker deelt blij mee dat ze eindelijk haar huis heeft verkocht. En dan is het tijd voor koffie. Of ik ook wil. “Een lekkere koek erbij?” Iemand krijgt een reprimande: “Als je koffie bestelt moet je ook kijken of er nog wel koeken zijn.” Er wordt gestemd of dit vanaf nu koek of cake moet zijn. De dame naast me klaagt verder over haar incomplete dossier: “Mijn collega – die is inmiddels overleden – heeft er maar een zootje van gemaakt”. Ze vraagt of ik wel weet waar de stoel vandaan komt waar ik op zit. “Uit het gemeentehuis! Toen ik 63 jaar geleden trouwde waren mijn man en ik de eersten die erop zaten!” Eén mijnheer, achterin het zaaltje, werkt al die tijd stug door. Proactief reikt hij mij informatie aan die ik misschien kan gebruiken. Tijd om erin te bladeren heb ik bijna niet. Het archief sluit om 12 uur.
Rustig researchen in het dorpsarchief blijkt wat lastig. Maar saai is het er allerminst.

Ja maar….

Maanden geleden interviewde ik iemand van Ja-maar®, dat met een filosofie en trainingsmethode praktisch en onderhoudend organisaties en individuen helpt de overgang te maken van een ja-maar naar ja-en cultuur. Kern van de filosofie is dat je bij ja-maar denken begint bij het probleem en daarvoor een oplossing probeert te vinden. Maar als je niet oppast blijf je heen en weer jojo-en tussen probleem en oplossing. Wie op een ja-maar-manier in het leven staat denkt in termen van bedreigingen, beperkingen en beren op de weg. Terwijl je bij ja-en denken begint bij de feiten: de dingen zijn zoals ze zijn en die kun je eenvoudig waardenvrij accepteren. Vervolgens kun je op basis van die feiten proberen nieuwe mogelijkheden te creëren. Inmiddels timmert het bedrijf flink aan de weg: jaarlijks worden er duizenden mensen in het omdenken getraind. Het geeft i en e-books en magazines uit en er worden vele lezingen en seminars gehouden. Er zijn omdenkdagen, -clinics, workshops en masters. Er is een starterskit en er zijn kaartspellen ontwikkeld. Affiches (ook in het Duits: Ja-aber was, wenn alles klappt?) zijn te bestellen, maar ook mutsen, ja, zelfs theedoeken. Er zijn omdenkbuttons te koop en tassen, en ansichtkaaren, stickervellen en dilemmamuntjes. En pennen en ja-maar inpakpapier.Zelf heb ik er ook een handje van om te ja-maren. Maar tijdens een bijzondere trail die ik pas maakte van de Foundation for Natural Leadership in de Zwitserse Alpen kreeg ik door de Zwitserse gids een heel simpele oplossing aangereikt: waar ik in de ja maar-modus dreigde te gaan, hoorde ik hem consequent (en onbewust) antwoorden: of course! Wordt dit ook voor mij als een tweede natuur, dan verdwijnen die beren vanzelf van de weg.

Griffels & Penselen

Op uitnodiging van het CPNB waren mijn dochter Samme en ik op 27 juni bij de uitreiking van de Zilveren Griffels, Zilveren Penselen, het Gulden Palet, en Vlag en Wimpels. Uitgeverij de Inktvis had ons boek Waddengoud ingezonden en hoewel we geen prijs in de wacht sleepten bleek Waddengoud het geschopt te hebben tot de laatste 40 boeken die door de jury waren geselecteerd. Het werd een feestelijke middag op het Westergasfabriekterrein. In de stoere maar intieme Zuiveringshal kletste Dolf Janssen de middag aan elkaar, de CPNB directeur deed z’n woordje, er was muziek en natuurlijk: de winnaars werden gehuldigd. Tijdens de borrel erna zei kinderboekenambassadeur Jacques Vriens dat hij vond dat er teveel boekenprijzen zijn. Boekenzaken en bibliothecarissen zagen door het bos de bomen niet meer. Een onderwerp voor discussie, bleek direct. Iedere aandacht die boeken lezen krijgt is mooi meegenomen, vond een uitgever.

Zelf zou ik ervoor willen pleiten dat auteurs een maximaal aantal keer eenzelfde prijs krijgen. Imme Dros had voor de 11e keer beet. Ze was er niet; ze vierde haar 50ste trouwdag met Harrie Geelen. Had ze de prijs niet gewonnen, dan had ze er niet wakker van gelegen, zei haar uitgever arrogant. Wat voor een boodschap geef je kinderen daarmee? Samme bleek het enige kind in het publiek van wie een boek zo hoog ‘scoorde’. Was het misschien niet aardig geweest als een jurylid dát even had aangestipt? Een pluim, een applausje… Daar hadden wij samen van enthousiasme zeker een nachtje van wakker gelegen. Misschien wel twee.

Vakantie in eigen huis

De dille – in mei gezaaid, nu een meter hoog – wiegt heen en weer in de zwoele bries. Per dag schiet er meer kleur tussen het groen in de tuin. De sproeier suist heen en weer en laat het hortensiablad ruisen. De konijnen huppelen door het gras – blij met hun nieuwe grote ren. Vanuit openslaande deuren laat achterbuurman ons meegenieten van een pianoconcert. Bescheiden gekletter van bestek op borden, afgewisseld met geroezemoes. Gierend gelach van mijn kinderen in de tuin van de buren, die met vakantie zijn en wél een trampoline hebben. Hun haren nog nat van een middagje rustig natuurbad met roetsjbaan en gewiebel op surfplanken. Geen verkeer in de straat.

Een vliegtuig raast hoog in de blauwe lucht naar de zon in andere landen. We ploppen een Sol open en duwen er een limoentje in. En eten de quinoa met venkel, olijven, rucola en citroenrasp die over is van de bbq met vrienden. Aardbeien met vanille-ijs en slagroom toe. De nieuwe kussens voor de loungebank zijn gebracht. We krijgen er gratis twee kussentjes bij met daarop “Marbella Costa del Sol”.

Via Facebook bekijken we Nederlandse gezinnen in Toscane, de Franse kust en andere oorden. Blijf allemaal nog maar even weg.

Tonijn met tandsteen

Een leuk restaurantje aan zee, in het Spaanse Sitges. Een coronita is al besteld, de menukaart gaat open. Verbazing alom, en daarna hilariteit. Want wat kun je hier bizarre gerechten bestellen. Zoals “geheime, lege worsten”, maar ook “eend, lekker met houtsvlokken” en “vis met schalen”. Er is natuurlijk paella, maar ook tonijn. Mmmm, vooral de “tonijn met tandsteen” klinkt lekker. Eigenaar of kok ging niet alleen met paellapan en pollepel aan de slag, maar ook met een online woordenboek. Of misschien meende een behulpzame neef met overtuigingskracht dat hij een aardig woordje over de grens sprak?

Het zijn van die momenten dat ik de Vrij Nederland rubriek zo mis: “Geknipt voor u”. Ken je die nog, met al die onbedoelde taalblunders in de media? Gelukkig ben ik niet de enige die het mist. Al googelend naar online restanten van deze tekstgrappen stuit ik op Taalvoutjes, een leuk initiatief van Inger Hollebeek en Vellah Bogle. Een website en community waar prachtige taalmissers gedeeld kunnen worden. Ik heb me meteen aangemeld.

Dichten in het zand

Een prachtig uitje: vanaf Texel naar Vlieland. Over woeste golven brengt “De Vriendschap” – vanuit zee begluurd door zeehondenmoeder met jong – ons naar de overkant. Daar wacht de Vliehors-Expres. We crossen over een oneindig lijkende zandvlakte, de grootste van Noord-Europa, pocht de chauffeur. Daar worden het hele jaar door oefeningen gehouden met militaire vliegtuigen, vertelt de website van het eiland, met “als enige beperking dat er in het zomerseizoen niet met explosieve bommen mag worden geopereerd”.

Sinds 2004 drukt de indrukwekkende rubberband van de gele truck een gedicht in het zand, elk jaar een ander. Wat een cadeautje voor strandwandelaars en passagiers. Stel je eens voor: overal ter wereld waar soldaten niet alleen oefenen maar met bloed aan hun handen oorlog voeren laten tanks en trucks vredesteksten achter. Overal waar haat heerst. Op zinderende zandheuvels, stuivende duinen, smeltend teer, hobbelige zandpaden. Gedichten in het Engels, Frans, Spaans, in lokaal dialect. Van kinderen, jongeren, volwassenen. Stel dat dit dichten iemand doet beseffen dat vechten zinloos is – al is het maar één strijder?

Een mens mag blijven hopen, nietwaar? Maar dan die recente foto’s uit Syrië … en de hoop vervliegt direct. En maakt plaats voor tranen van schrik, afschuw en machteloosheid.

Boeken lezen

Elke dag beginnen met een half uur lezen. Dat wil de juf van groep 5 graag, vertelt ze op de info-avond. Het maakt me blij, want even ervoor sprak ik een educatieve uitgever die constateerde dat kinderen op basisscholen veel te weinig boeken lezen. “Scholen wíllen gewoon niet”, zei hij. Als de overheid het niet zal verplichten, dan moet het dus van de kinderen zélf uit komen, bedacht hij. “Laat ze de docent maar vragen of ze mogen lezen, want dan moet je als juf of meester toch sterk in je schoenen staan om te weigeren?”

Ik denk aan mijn leraar Nederlands in de brugklas, een strenge maar rechtvaardige man, die vurig kon vertellen over literatuur. Voor straf moest ik eens een opstel voor hem schrijven. De volgende dag riep hij me bij zich. Nog meer straf, vreesde ik, maar nee: hij zei dat hij het erg goed vond. Of ik serieus wilde nadenken over meer, een boek schrijven over een meisje van 13 misschien? Trots dat ik was. Zo’n autoriteit die geloofde in mijn teksten. Zo’n compliment vergeet je nooit meer. Een docent die een leerling lees- of schrijfwerk op maat meegeeft, daarop terugkomt, complimenteert en stimuleert: daar kan geen overheid, schooldirectie of beleid tegenop.

Maar dan moet de docent ook zélf oprecht plezier beleven aan boeken lezen en taal. Soms denk ik dat juist het gebrek daaraan vaak de reden is voor het ‘gewoon-niet-willen’.

Nationale Kinderzwerfboekdag

Kinderzwerfboek – onderdeel van Nationaal Fonds Kinderhulp – en Uitgeverij Zwijsen hebben 9 oktober uitgeroepen tot de Nationale Kinderzwerfboekdag. Op 9 oktober willen zij minstens 100.000 kinderboeken uit zwerven sturen en roepen daarbij de hulp in van alle basisscholen in Nederland. Ze vragen hun om kinderen te stimuleren om thuis in de boekenkast te duiken en een gelezen kinderboek mee te nemen naar school. Het boek krijgt een zwerfsticker, hierna kan het aan zijn zwerftocht beginnen. Scholen kunnen een prijs winnen door een foto in te sturen van de inzameling, de boekenberg of een bijzondere zwerfplaats.

Kinderen die lezen, gaan gemiddeld drie jaar langer naar school. Hierdoor hebben ze later meer kans op een goede toekomst. Maar lezen is vooral ook leuk en ontspannend. Kinderzwerfboek wil daarom alle kinderen de mogelijkheid bieden om leuke boeken te lezen. Het idee is simpel: kinderboeken met een zwerfsticker worden overal achtergelaten. Kinderen mogen ze gratis meenemen om te lezen. Ze moeten ze daarna wel weer laten zwerven. De zwerftocht is te volgen op kinderzwerfboek.nl.

Ook ons eigen “Waddengoud” (theaterlezen) zwerft sinds kort door het land! We wensen het een fijne reis

Beeeeeeige

‘Taal is zeg maar echt mijn ding’-komediant Paulien Cornelisse zou Paulien Cornelisse niet zijn als zij ook in haar derde cabaretprogramma Maar Ondertussen niet liet zien hoeveel verwarring taal kan opleveren. Maar ondertussen doet zij veel meer.

Via een microscoop krijgen we een kijkje op Paulien’s onrustige cellen, terwijl ze prachtig en beeldend formulerend alledaagse maar bizarre situaties aan een grondige analyse onderwerpt. Daarbij schuwt ze een betoog over rechtcilindrische (!) pedaalemmers en verwarrende verkeersborden niet en neemt ze ons zonder gêne mee naar haar balletverleden als Gele Parkiet zonder pony. Ze vertelt serieus waarom ‘beige’ behalve flets eigenlijk – net als cabaretièèèère – ook een heel raar woord is als je het vaak achter elkaar zegt. Beige, beige, beige, beige, bèèèige.

Pauliens programma is ludiek, subtiel, herkenbaar, met een briljant oog voor het ‘ongewone gewone’.

Komisch hoogtepunt: haar ontmoeting op de operatietafel met de potige anesthesioloog Kip, die niets van constipatie wil weten. Paulien boeit van begin tot eind en is, in haar eigen woorden, geen moment ‘bèèèige’.

Paulien Cornelisse, Maar Ondertussen. (Gezien in de De Kleine Komedie op 29 oktober 2013.) (http://www.pauliencornelisse.nl)

Dit gastblog is geschreven voor http://amsteloost.nl (Over de leuke dingen in het leven. Of juist niet.)

Kareltje

Vroeger had ik een konijn, Scooter. Hij kwam van de boer, die hem verzopen had als hij geen nieuw thuis had gevonden.
Zeven jaar geleden kwam Karel bij ons wonen. Uit het konijnenasiel kwam hij, samen met langoor Maartje. Jut & Jul. Karel was schuw, Maartje had de broek aan. Karel liet zich door haar liefkozen, betuttelen, verzorgen. Samen dolden ze dagelijks, kuilen gravend, door de tuin. Van de zomer stierf Maartje plots. Karel in diepe rouw. Voordat we een nieuw maatje voor hem konden uitzoeken, ging het met hem snel bergafwaarts. Z’n gebit bleek een zootje en een ingrijpende operatie was onontbeerlijk, zei de vervangende dierenarts (190 euro). Daarna ging Karel op advies (45 euro) van de vervangende arts naar een specialistische knaagdierenkliniek in Utrecht, waar hij opnieuw onder narcose ging (110 euro). Niet lang erna kreeg hij een fikse longontsteking. De vervangende arts gaf hem antibiotica – eentje die eigenlijk niet zonder meer mocht sinds de affaires in de megastallen en zo -, “maar het was er op of er onder” (weekendtarief, 120 euro). Karels oog zat twee dagen later vol snot. Een zalfje (8 euro) hielp niet. Karel kwijnde weg in zijn flatje in de garage. Dit keer de eigen dierenarts geraadpleegd. “Wij zijn de advocaat van het dier”, zegt de assistente aan de telefoon, als ik voorzichtig opper dat Karel meer dan genoeg geleden heeft. Karels oog moet eruit, zegt de arts, daarna zullen vast andere kwalen volgen. Genoeg geweest, besluiten we samen. Ik krijg een schouderklopje en Karel een slaap- en inslaapprik (92 euro). Twee dagen later valt er een kaartje op de mat: “Wij hebben alle begrip voor het verdriet om het verlies van uw huisdier. Niet zomaar een dier, maar lid van het gezin. Met vriendelijke groet, Dierenartsen en dierenartsassistentes.”
En de boer … die eet vast zijn hooivork op als hij Karels levensverhaal hoort.

Theaterlezen

Binnenkort verschijnt Huis gekaapt! Het 2e theaterlezenboek dat mijn dochter Samme (11) en ik maakten. Nieuwsgierig? Kijk voor een tipje van de sluier onder Kinderboeken, Huis gekaapt! Bestellen is al mogelijk!

Het einde van de webshop

Het einde van de webshop is nabij, voorspelde een Rabobank-medewerker tijdens de Webwinkelvakdagen in de Jaarbeurs.  Grote internetjongens als Google en Amazon openden al verschillende fysieke winkels. In ons eigen land kunnen kinderen ravotten in de Angry Birds speeltuin in familiepark Dippie Doe. Een andere trend is dat steeds meer retailers naast hun ‘gewone’ winkel juist online gaan. Of ze met die inhaalslag allemaal hun broek op zullen kunnen houden is de vraag. Vernieuwing is in ieder geval nodig. Allianties – tijdelijk of langer – moeten worden aangegaan, dat is het idee. Er zijn al tal van aardige initiatieven. Een pizzeria die overdag pakjes rondbrengt en ’s avonds pizza’s. Een groenteboer, slager en bakker in het Oosten van het land die met moeite het hoofd boven water houden begonnen samen – zonder al te grote investeringen – een online traiteur. Een brouwerij die samenwerkt met een fabriek die van de verpakkingen wc-papier maakt.

De kernboodschap: doe het anders, doe het samen. Kies daarbij een ‘natuurlijke partner’; werk samen op een manier die voor de afnemer relevant is. Tegelijkertijd moeten gemeenten, vastgoedontwikkelaars, mkb en de financiële sector met elkaar aan de bak. Samen de strijd aan tegen leegstand in de stad: weg met langdurige huurcontracten, bewoners verrassen met tijdelijke pop-up stores.

Misschien een idee om landelijk en regelmatig – zeker ook onder scholieren en studenten – een prijsvraag uit te zetten voor het bedenken van het meest innovatieve en lucratieve samenwerkingsverband? Samen kom je vast op briljante ideeën.